Het ‘proberen’ zelf zit hier in de weg. Je bent elke dag twee keer in i: als je wakker wordt en als je gaat slapen. Tussen slaap en wakker zijn zit de i. Om – als je wakker bent – in i te komen, moet je dus een beetje in slaap vallen. Om het te oefenen kun je het beste rechtop gaan zitten. Want anders val je vaak in slaap, dan zak je door de i heen. Wanneer je probeert in i te komen, lukt het niet, want dan zit je meteen teveel in de wilskracht: je bent te wakker. Je mag het wat luier benaderen. Je kan het al. Je hoeft het jezelf alleen maar toe te staan. Dat gezegd hebbende, is dat ‘jezelf toestaan’ natuurlijk het proces waar het draait. Het gaat over jezelf veilig verklaren, jezelf leren liefhebben, en in stilte met jezelf durven zijn. Gun jezelf dat proces. Dat is een niet te onderschatten, mooie eerste stap.